Lichtpunten in de geschiedenis van het duistere verleden

 < Ten Geleide2 3 4 5 6 7 8 9 volgende >

Trintelen is oud, zeer oud. Woonden in dit gehucht rond het begin van onze jaartelling mensen? Ja. Woonden er 12.000 jaar voor Christus mensen? Waarschijnlijk. Wonen is misschien niet het juiste woord. In 1990 is op Eyserheide, vlak bij Trintelen, een kamp van rendierjagers opgegraven. Het is zeker, dat deze rendierjagers toen rondzwierven op onze hoogten. Ze gebruikten vuurstenen om bijlen, messen en ander gereedschap te maken. Ze joegen op rendieren, witte beren en poolvossen en bleven zo in leven. Van landbouw of veeteelt was nog geen sprake. Het klimaat was toen noordpools. Immers heel het huidige Nederland tot aan de grote rivieren was bedekt met een ijskap en met gletschers. De rivieren, die eerst noordwaarts stroomden moesten afwijken naar het westen, volgens de lijn die ze nu nog zo ongeveer volgen. Dit tijdperk wordt het laat-Paleolithicum genoemd. Toen zwierven er dus al mensen rond in Trintelen. Over deze tijden kan men alleen geïnformeerd worden door vondsten. Misschien een idee voor huidige gepensioneerde Trintelenaren om eens in hun tuin te gaan graven. Ik ben er zeker van, dat diep in onze lössgronden sporen te vinden zijn over deze vroege bewoners. Later ontwikkelde zich in Zuid-Limburg een mensenras, dat de Bandkeramiekers wordt genoemd, omdat ze reeds de kunst verstonden van het bakken van potten en pannen. Omdat ze deze voorwerpen van een gekleurde band voorzagen, heten ze bandkeramiekers. In de regio Elsloo zijn veel vondsten gedaan. Deze mensen hielden zich reeds bezig met primitieve akkerbouw, zodat zeker gesteld kan worden, dat in Zuid-Limburg de oudst bekende akkerbouw in Nederland werd beoefend. Zij gingen ook de vruchtbare lössgronden in gebruik nemen. De löss, deze fijnkorrelige klei, is door winden ontstaan gedurende de ijstijden en bedekt naast Zuid-Limburg grote delen van Belgie en het aangrenzende Duitsland. In Belgie wordt hij Hesbayse klei genoemd.

Tegen het begin van onze jaartelling (de geboorte van Christus) drongen de Romeinen door tot onze streken. Dit volk had reeds een grote beschaving. De Romeinen konden huizen bouwen, wegen aanleggen en ook lezen en schrijven. Zij gingen onze geschiedenis beheersen tot de 4e eeuw na Christus. De steden Tongeren, Maastricht, Heerlen en Aken zijn ontstaan uit Romeinse nederzettingen.

Nog niet lang geleden werd een Romeinse villa blootgelegd in Voerendaal. Villa’s waren eigenlijk grote boerderijen met rondom versterkingen om invallen te voorkomen. Rond deze villa’s ging de autochtone bevolking wonen om bescherming te zoeken. Onder invloed van de Romeinen begonnen de eigen bewoners de landbouw verder te ontwikkelen en het is aangetoond, dat toen reeds ook de hoger gelegen plateau’s, zoals Trintelen, werden ontgonnen. De Romeinen legden hun grindwegen aan vooral op de hoogten om zo rovers en ander geboefte tijdig te ontdekken. Waarschijnlijk zijn enkele wegen rond Trintelen reeds van Romeinse oorsprong. Ik noem als vrij zeker de Karweg, die van Cartils langs de Eyserlinde naar Baneheide loopt en waarschijnlijk door naar Aken. Ik noem als waarschijnlijk de Achterweg, die vanuit Wijlre via Elkenrade, Trintelen en Mingersborg doorloopt via Huls en Imstenrade naar Aken. Zeker is, dat tot de derde eeuw na Christus de akkerbouw bloeide op de Trintelse hoogten. Sporen daarvan zijn nog steeds niet gevonden. Weer een reden om diep te graven.

Na de derde eeuw volgde een tijdperk van verval. De zogenaamde Volksverhuizing kwam in beweging. De Romeinen moesten zich terugtrekken richting Italie en zeker zullen vele Trintelenaren meegetrokken zijn. Die bleven trokken zich terug in de dalen, waar zij meer bescherming, zekerheid en water vonden. De plateau’s rond Trintelen veranderden weer in woeste grond, de vogels en de dieren vierden eeuwenlang feest. Deze periode duurde inderdaad eeuwen. Volkeren kwamen in beweging, bevochten elkaar, trokken verder. Tenslotte kwam er enige rust, toen het de stam der Franken gelukte zich blijvend in deze streken te vestigen. Hun koning Clovis liet zich tot Christen dopen, Martinus gaf de helft van zijn mantel aan de armen en Servatius bekeerde Maastricht. De grootste macht van dit Frankenvolk kwam tot stand onder Karel de Grote, die regeerde van 768 tot 814. Hij bouwde zijn rijk uit van de noordelijke Nederlanden tot aan de Pyreneeen. Hij verbleef vaak in Aken. Door de Paus werd hij tot keizer gekroond. Uiteraard zal deze grote Karel niet in Trintelen zijn geweest.

Of toch? Lees de legende, die nu volgt en die ik heb opgetekend uit de mond van een man uit Trintelen, die dit verhaal hoorde van zijn ouders, die het weer hadden van hun ouders.

Zo gaat het verhaal:

Karel de Grote had een mooie huwbare dochter. Zoals dat toen ging (en nu ook nog wel eens) had Karel de Grote een man voor zijn dochter op het oog, een belangrijke man. Wat gebeurde echter? De dochter werd verliefd op een jonge ridder, die niet door haar vader was uitverkoren. Toen Karel de Grote dit ontdekte, stuurde hij de ridder weg. De verliefde dochter ging echter stiekem met de ridder mee en zij vluchtten in de richting Trintelen. In de dichte bossen op het Trintelse plateau verborgen zij zich. Daar op de Minnegaardsborg (nu Mingersborg) koosden en beminden zij elkaar. Maar Karel de Grote had een vermoeden. Hij organiseerde een grote jachtpartij in de Trintelse bossen met de bijbedoeling om zijn dochter op te sporen. De mensen rond Trintelen en Mingersborg hielden veel van de jonge ridder en zijn geliefde. Zij overvielen Karel de Grote met zijn gevolg en hielden hem gevangen.

Maar Karel de Grote was sterk en in een onbewaakt ogenblik kon hij op zijn beroemde verdragende koehoorn blazen. Dit geluid werd gehoord in Aken, maar ook in Voerendaal. “Keizer Karel is in gevaar”, zo ging de mare. In Voerendaal woonde op een slot een ridder, die schatplichtig was aan Karel de Grote. Hij verzamelde zijn lansknechten en trok in de richting vanwaar het geluid kwam.

Ook in Aken verzamelden zich Karel’s ridders en zij reden op hun paarden in noordwestelijke richting. Die van Voerendaal waren het eerst op de Trintelse hoogten. Zij vielen de Trintelenaren in de rug aan en slaagden erin Keizer Karel te ontzetten. Toen de groep vanuit Aken op het toneel verscheen, kon de Voerendaalse ridder Karel heelhuids overgeven aan de Akense hofridders.

Misschien heeft Karel de Voerendalers beloond. De verschillende kastelen, die daar nu nog te vinden zijn, zouden daarop kunnen wijzen. De verteller van deze legende kon mij niet zeggen, wat er met de dochter en de verliefde ridder gebeurde. Ook wist hij niet of de Trintelse bevolking toen gestraft werd wegens het verborgen houden van een prinses, die zich wederrechtelijk aan het vaderlijk gezag had onttrokken. Wat er ook van zij, zo werd dit verhaal van geslacht tot geslacht doorverteld, tot nu toe. ledereen, die dit leest, gelove wat hij wil, maar het verhaal zal blijven bestaan.

terug                                                                                               verder