Met het oog op de toekomst

< vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 volgende >

Twee van de drie mannen zijn geboren en getogen in Trintelen, de derde in een naburig gehucht. Twee jonge mannen zijn agrariër en hun toekomstvisie heeft dan ook de grondkleur meegekregen, de derde is commercieel medewerker, maar stamt uit een agrarisch milieu. De drie vrouwen groeiden elders in het Heuvelland op tot ze door hun huidige echtgenoten geheel vrijwillig werden ontvoerd naar Trintelen, zoals eeuwen geleden de dochter van Karel de Grote haar ridder naar hier volgde.

Twee van de drie mannen bezochten de basisschool in Eys, de derde ging naar school in Ubachsberg. Rechts van de weg naar Ubachsberg zeker, links naar Eys. Zo was het niet. Maar hoe dan wel? Het antwoord bleef duister. De Trintelse jongens ravotten rond het pleintje en zo gebeurde het, dat een van de twee, samen met een kornuit op een avond het prikkeldraad, dat op last van de buurtvereniging rond het pleintje werd gespannen, doorknipte. Dit prikkeldraad zou de jonge dartele Trintelse jongens van het gazon moeten houden. Na het doorknippen werd de draad verwijderd. De schuldigen bleven onbekend, de buurtvereniging berustte. De ander werd door zijn vader via kiezelwegen de weg naar Ubachsberg getoond. Op de terugweg zou hij vooral op de kleur van het grind moeten letten. Dat deed hij, maar hij kwam terecht op Imstenrade, waar hij in tranen werd gevonden en naar huis vervoerd. Beiden speelden op en rond het pleintje, zaten samen op de bank met de gebochelde vrijgezel Nicola Haenen, die grote verhalen kon vertellen en alles wist, wat er in de verre wereld gebeurde. De derde man speelde met zijn vriendjes in een aanpalend gehucht en heeft nu het gevoel, dat daar een hechtere band tussen de mensen bestond dan in Trintelen, niet meer dan een gevoel.

De drie vrouwen groeiden in vrijwel identieke omstandigheden op, alle drie in gehuchten, die nog geen 10 kilometer hemelsbreed van Trintelen verwijderd liggen. Ze zijn nu graag in Trintelen, of schoon een van de drie de sociale contacten, die in haar geboortegehucht menigvuldig waren, in Trintelen wel mist. “Die een hond hebben, die ken je”, zegt ze. Over de mogelijkheid van sociale contacten zijn de vrouwen niet zo optimistisch. En dan te bedenken, dat Trintelen indertijd een trofee won in de wedstrijd “Een kern, waar pit in zit”, omdat het heroprichten van het puthuisje vooral de sociale contacten zou verlevendigen.

Ga maar eens op de bank bij de put zitten en kijk. Je ziet auto’s voorbij razen, maar gezelschap krijgen van buurtbewoners, ho maar. Een van de mannen doet dit wel eens en soms krijgt hij gezelschap. Hij uit het idee, dat de buurtvereniging wellicht op een vaste avond in de week mensen bij de put zou kunnen uitnodigen, dan zou misschien later de weg weer vanzelf gevonden worden.

Het moeilijk opbouwen van goede sociale contacten wordt geweten aan het ontbreken van een Trintels verenigingsleven en vooral het niet voorhanden zijn van een gemeenschapshuis. Voeg daaraan toe, dat in het huidige Trintelen practisch alle voorzieningen ontbreken en je ziet de bevolking veelvuldig Trintelen verlaten per auto om elders te werken, te winkelen, vergaderingen bij te wonen, te sporten of vertier te zoeken. Zelfs de kinderen doen al hevig aan deze verplaatsingsdrift mee. Ze worden naar de peuterspeelzaal, de school, de voetbalclub, de tennisclub, de muziekschool gebracht en weer gehaald. Veel bewoners hebben twee auto’s, de grootste voor de man, de kleinste voor de vrouw.

Zo kunnen beiden op ieder moment het gehucht verlaten om elders hun heil te zoeken. Met alle woon-werkverkeer in de morgen en in de namiddag daarbij is daardoor de Eyserweg druk bereden. Jonge kinderen kunnen zelfs binnen Trintelen niet zomaar eventjes naar hun vriendje of vriendinnetje. De vrouwen en ook de mannen beseffen, dat in een van het verkeer afgesloten woonwijk in een grotere plaats de jonge kinderen gemakkelijker samen kunnen spelen. Trintelen heeft voorbij de huizen wel prachtige weiden, landerijen en vergezichten, maar op de wegen loert het gevaar. Ook het landbouwverkeer draagt bij aan geraas en drukte, dat beseffen de agrariers wel. Maar wat wil je. Door de grote, vaak gedwongen mobiliteit, wordt het sociale contact binnen het gehucht niet bevorderd. De burenhulp, het anderen een handje toesteken, vroeger algemeen, bestaat nog wel, maar blijft binnen de kleine cirkel van de naaste buren. ledereen redt zichzelf. Oplossingen zouden kunnen zijn: een afgesloten gemeenschappelijke ruimte voor kinderen en volwassenen, een voetpad, een buurt- of belbus wellicht. Een van de mannen waarschuwt, dat een te veel aan gemeenschappelijke activiteiten ook gevaarlijk kan zijn voor een goede sfeer in het gehucht. Hij heeft dit ervaren in zijn vorige woonplaats. Kalm aan dus maar, buurtvereniging.

Een voordeel van deze ontwikkelingen is, dat sociale controle, die vroeger wel eens hinderlijk was, nu practisch verdwenen is. Toch vinden allen het wonen in Trintelen aangenaam. Er is ruimte en vrijheid, er is een prachtige natuur, rond het huis is plaats voor allerlei hobby’s en activiteiten.

Je hindert niemand en je wordt niet gehinderd. De stad Heerlen ligt op een steenworp. Je kunt afdalen en het stadsvertier meemaken binnen 10 minuten en in alle rust weerkeren.

De agrariers zien hun eigen toekomst niet zo optimistisch. Ze kenden enige goede jaren, maar de huidige ontwikkelingen maken hen somber. Ze werken gemiddeld 70 tot 80 uur per week, maar ze zien het aantal voorschriften en belemmeringen met de dag groeien. De hinderwet, het milieu, de druk op de landbouwsubsidies, geen rust aan het groene front. Het arbeidstempo ligt hoog. Twee landbouwers leunend op hun spaden en pratend over het weer, je ziet het niet meer. Zelfs twee stilstaande tractoren in het veld met daarnaast de bestuurders gezellig keuvelend, je ziet het niet meer. Daarbij beseffen zij, dat het imago van de boer flinke deuken heeft opgelopen.

Zij worden vaak aangezien en zelfs nagewezen als de grote natuurvervuilers. Moet de grond dan maar braak blijven liggen? Hier en daar een voetpad? Moet het struikgewas Trintelen weer overwoekeren zoals na de Romeinse tijd? Ze menen, dat binnen 10 jaren in Nederland zeker 1 op de 3 het bedrijf moet opgeven. Die van Trintelen niet, denken ze.

Hoe zal Trintelen er dan over 25 jaar uitzien? Niet veel anders dan nu is hun conclusie. Geen nieuwe huizen meer, de bouwplaatsen zijn uitverkocht. Een enkeling twijfelt. Enige bejaardenhuizen wellicht. Nu vertrekken ouderen vaak naar Eys. Om kleiner te wonen of om dichter bij kerk, winkel en gemeenschapsruimte te zijn? Misschien is het alleen maar een trend. Wellicht meer appartementen, dus meer toeristen? Gelukkig is het opkopen van oude woningen door welgestelde stedelingen om deze om te bouwen tot hun eigen vacantiehuis nog niet aan de orde in Trintelen. Indien dit in de toekomst zou gebeuren, zou dit funest zijn voor de nu nog redelijk hechte Trintelse leefgemeenschap.

Ais de lezer dit een pessimistische visie vindt, dan moge hij begrijpen, dat hier jonge mensen hun visie gaven, jonge mensen in hun bestaansopbouw. De drie geïnterviewde jonge echtparen hebben elk op dit moment twee kinderen. Het kinderaantal in Trintelen stijgt de laatste jaren weer, dus de toekomst is gewaarborgd en de omgeving zal mooi blijven, want de heuvels slecht je niet en de dalen vul je niet. Zo zal Trintelen blijven uitkijken over het glooiende Zuid-Limburgse land, een parel aan de grote rij van dorpen en gehuchten in en boven de dalen van de Geul en haar zijstromen.

terug                      verder